dagwaarde-auto.com dagwaarde-auto.com
Al 1.134.0 mensen gingen u voor!
RDW erkende autobedrijven
100% veilig uw auto verkopen:
  • Snel & anoniem uw auto verkopen
  • 5.000 professionele autoinkopers
  • Al meer dan 100.000 auto’s verkocht
  • Gegarandeerd veilige afwikkeling
  • Uw auto gratis verkopen
Testimonials van bestaande gebruikers...
0 modellen:

Wat is de dagwaarde van mijn auto?

Als jij je occasion wilt verkopen, dan is het verstandig vooraf de dagwaarde van je gebruikte auto te bepalen. De dagwaarde zelf bepalen is slechts voor enkele consumenten weggelegd. Je kunt ook hulp inschakelen van bijvoorbeeld Dagwaarde-Auto.com. Ons team berekent geen enkele kosten voor het taxeren van je auto. Laat daarom vandaag nog gratis, snel en anoniem de bepalen door ons!

Auto laten taxeren voor verkoop

De reden waarom jij de huidige dag waarde van de auto wilt bepalen maakt ons niet uit. Het kan zijn dat je nieuwsgierig bent, maar het kan ook zijn dat je bezig bent met de verkoop van je auto. Meld je auto aan door het kenteken en de kilometerstand in te voeren. Nadat onze aangesloten professionals de auto hebben getaxeerd, ontvang je het hoogste taxatie bedrag. Je kunt op dit moment beslissen de auto direct te verkopen met een druk op de \\\\\\\'auto verkopen\\\\\\\' knop. Alle taxaties zijn bij ons tegelijkertijd gegarandeerde biedingen.

Auto online verkopen

Het grootste voordeel van ons concept is dat de vastgestelde auto dagwaarde ook gegarandeerde inkoopvoorstellen van aangesloten auto inkopers zijn. Wij werken samen met ruim 5.000 erkende merkdealers, universele garages, auto-exporteurs en schade specialisten die de aanmelding van jouw auto kunnen inzien in een afgeschermde autoveiling. Dit is bovendien voor jou geheel anoniem. Pas als jij akkoord geeft op het hoogste taxatie bedrag, worden jouw privé gegevens vrijgegeven aan enkel de kopende partij!
 
Stap 1 van 3
 
 
Kenteken van uw auto
 
Nieuws:
  • Publicatie: De innovatieagenda van de Nederlandse openbare bibliotheken

    In juli benaderde het Sectorinstituut Openbare Bibliotheken (SIOB) mij voor een actualisering van de Inventarisatie Innovatie Openbaar Bibliotheekwerk, die ik maakte in 2013. Een fijne opdracht, waarin ik met plezier samenwerkte met Adeline van den Berg en Johan Stapel.

    Die opdracht kreeg deze maand een staartje in de vorm van de publicatie De innovatieagenda van de Nederlandse openbare bibliotheken, waarin collega's als Jeroen de Boer, Esther Valent, Harriet de Man, Pieter Donkers, Bert Mulder en Jos Debeij aan het woord komen over -je raadt het nooit- innovatie binnen Nederlandse Openbare Bibliotheken. Ik werd ook geïnterviewd door Jan van Deursen. Zijn tekst, zoals opgenomen in de publicatie, vind je hieronder. Het boekje werd vorige week uitgedeeld tijdens het Nationale Bibliotheekcongres. Best sjiek toch?

    'Bezuinigingen zijn funest voor bibliotheekinnovaties'

    'Maak een momentopname van de innovatieve projecten die in de Nederlandse bibliotheken worden uitgevoerd en zet ze op een rij. Zodat we de Innovatieagenda gericht kunnen uitvoeren en de nieuw te vormen Innovatieraad straks kansrijke initiatieven kan omarmen en ondersteunen.' Zo ongeveer luidde de vraag die Edwin Mijnsbergen in de zomer van 2013 van het SIOB kreeg voorgelegd. Het leverde een lijst op met 96 projecten. Een jaar later zijn het er, na een actualiseringsronde, zo'n 150. En? "De tranen stonden in mijn ogen." Om er onmiddellijk aan te voegen: "Ik prikkel. Bewust."

    Edwin Mijnsbergen noemt zich nu eens bibliothecaris, dan weer informatieprofessional, blogger of journalist. "Informatiemanagement, dat is de vlag die de lading dekt." Tien jaar lang werkte hij voor de Zeeuwse Bibliotheek, met het internet - en vooral de sociale interactie die daar plaatsvindt - als zijn uiteindelijke passie. Sinds 2010 staat hij met M.I. Webwerk op eigen benen. "Ik werk nu breder. Opdrachtgevers variëren van lokale ondernemers tot ministeries. Al blijven de bibliotheken mijn belangrijkste doelgroep."

    Appelscha
    Hoe ging Mijnsbergen te werk en kwam hij de projecten op het spoor? "Ik heb een oproep geplaatst via alle denkbare kanalen: van de vakbladen en de hele trits aan sociale media tot mail. En van websites, platforms en fora tot mijn eigen blog. Ik heb er, denk ik, alles uitgehaald wat mogelijk was gezien het tijdsbestek en de zomerperiode waarin de momentopname gevraagd werd. In de vraagstelling heb ik het begrip 'innovatie' bewust niet afgebakend. De bieb van Appelscha hanteert andere criteria dan die van Amsterdam. Maar juist daardoor krijg je een heel levendig beeld van hoe er over innovatie gedacht wordt in den lande. Het resultaat is een lappendeken van uiteenlopende initiatieven in wisselende stadia van ontwikkeling. Een kleine bieb komt met een simpele mediabar, een club als het Brabantse Cubiss komt doodleuk met 25 professionele projecten aanzetten."

    Creatieve geesten
    Wat leverde de inventarisatie op? "Tranen in mijn ogen. Nou ja, ik chargeer natuurlijk en prikkel bewust. Maar ik ben wel kritisch en werd bepaald niet blij van wat er doorgaans als 'innovatief' werd gepresenteerd. De gemiddelde bieb richt zich vooral op de kernfuncties: lezen, de collectie en het gebouw. Mijn indruk is dat leuke, nieuwe dingen er maar een beetje bij bungelen. Bovendien staan of vallen ze met de creatieve geesten in het team. Het gevoel van urgentie is er overigens wel degelijk en er is zeker het nodige verbeterd, bijvoorbeeld op het gebied van de e-books. Bibliotheken beseffen heel goed dat ze nieuwe posities moeten innemen in deze wereld van streaming, wiki's en internetzoekmachines. Maar structuren en old boys netwerken zorgen voor stroperige processen. Liever eerst een congres of een rapport, dan dat we concrete stappen maken. Dat frustreert vooral jongere medewerkers die dóór willen. Ik heb mensen kapot zien gaan door structuren en hiërarchiën. Als ze dan teleurgesteld afhaken, sterven die projecten een vroege dood. Niemand die het overneemt. Wie wel blijft, wordt te zwaar belast. Directies hebben wel door dat het om slimme jongens en meiden gaat die je wat kunt vrágen. Geef ze liever wat ruimte en lucht om kansrijke ideeën ook echt uit te werken, zou ik zeggen."

    Subsidie
    Volgens Edwin Mijnsbergen zijn de bezuinigingen die de bibliotheeksector op zijn bord krijgt, funest voor de overlevingskansen van innovatieve projecten. "Dat ligt voor een deel ook aan de mensen zelf. Ze redeneren te veel vanuit het beschikbare geld, de subsidie. Dan kies je de verkeerde startpositie. Het idee moet altijd je vertrekpunt zijn. Dat vind ik bijvoorbeeld de kracht van Frysklab in Leeuwarden. Daar begonnen ze met niks. Maar ze zijn zo overtuigd van hun FabLab dat ze er heel veel vrije tijd in hebben gestoken. Het opdrogen van de geldstroom is nog te vaak een excuus om de stekker eruit te trekken. Zeker als een project niet geborgd is in de organisatie, glipt het als los zand tussen je vingers weg."

    Dwarsverbanden
    Kampen de bibliotheken met een te defensieve spelopvatting? "Misschien wel ja. Bibliotheek.nl heeft 50 miljoen in de digitale infrastructuur gestoken. De website ziet er nu overal goed uit. Maar de inhoud? De openingstijden zijn bij wijze van spreken nog steeds het hoofdthema. Ik vind toch dat bibliotheken veel te weinig content creëren. Op wiki's zijn ze zo goed als afwezig terwijl ze zoveel kennis en bronnen in huis hebben. Langzamerhand wordt de bieb wat zichtbaarder in de sociale media, maar je kunt nog veel sterker de dialoog met je klanten zoeken. Ik mis reuring, de buzz. Er is zoveel meer mogelijk aan dwarsverbanden, vooral op lokaal niveau. Daar waar Cohen in zijn Bibliotheek van de Toekomst de maatschappelijke functie centraal stelt, moet je laten zien dat je ook lokaal geworteld bent. Zelf ben ik bijvoorbeeld een wiki begonnen over de geschiedenis van de Middelburgse horeca, ik ben gek op dat soort cultureel erfgoed. Het platform krijgt een ongekende dynamiek, er worden heel veel nieuwe documenten en foto's aangedragen. Dát dus."

    Boekenmusea
    Welke projecten hebben Edwin Mijnsbergen verrast in zijn inventarisatie? "Naast FryskLab zijn dat de mensen van Doklab in Delft. Voortgekomen uit de bibliotheek zijn die heel voortvarend aan het werk met multi-touchtechnologie om aan storytelling te doen. Verhaal Lokaal is een goed voorbeeld. Het legt op lokaal niveau inderdaad die dwarsverbanden tussen historische verenigingen, het publiek en de bieb via het verzamelen en presenteren van historisch beeldmateriaal in diezelfde bieb. ProBiblio in Noord- en Zuid-Holland ondersteunt het en probeert het in zoveel mogelijk plaatsen uit te laten rollen. Het lijkt op wat ik doe met mijn horecaplatform in Middelburg, ja. Ik noem het ook niet toevallig", grijnst Mijnsbergen.

    Hoe ziet het Nederlandse bibliotheeklandschap er in 2025 - het horizonjaar van Cohen - eigenlijk uit? "Ik denk dat we een aantal flexibele vestigingen krijgen waarin de bieb naast andere publieke informatiediensten opereert. In 10, 15 steden houden we grotere vestigingen over. Misschien worden het wel boekenmusea..."

    @
  • Mijn(s) 2014: maart

    Ik had het er maar druk mee, in maart. Het was een maand waarin ik veel afspraken had, nu eens om 'afk' kennis te maken, dan weer om samenwerkingsmogelijkheden of andere zaken te bespreken. Naast het redactiewerk voor IP waren er twee adviesopdrachten voor Woonburg en een Hoog College van Staat (dat niet nader genoemd mag worden) en waren er veel ontwikkelingen rondom Heinde & Vers, die het project helaas niet verder brachten (sinds de zomer opereert dat project in de luwte, in afwachting van de definitieve invulling). Het was ook de maand waarin ik voor de laatste keer deel uitmaakte van een internetwerkgroep van de Zeeuwse Bibliotheken. Die groep werd na een paar jaar overgeheveld naar een andere structuur.

    Ooit blik ik nog eens uitgebreid terug op de jaren met de werkgroep, en op alles wat er wel en niet uit voortkwam, maar ik kan wel zeggen dat ik het wel best vond, om dat thema los te laten. De sfeer in de werkgroep was prima en de intenties ook, maar al met al hield ik aan het hele gebeuren rondom de nationale digitale bibliotheek maar één gevoel over: beweeg er gerust in mee, maar beperk het tot het noodzakelijke. Er gaat veel te veel tijd verloren aan het formuleren van adviezen waar toch niets mee gedaan wordt. Doodzonde. Het vernieuwen en lokaal stappen zetten kun je maar beter gewoon zelf doen. Daar moet je dan wel voor worden vrijgespeeld natuurlijk, en juist dat is nog altijd een groot knelpunt in veel organisaties.

    Naast het betaalde werk had ik in maart ook de handen vol aan alle hobbyprojecten. Een paar 'crowdsourcebezoekjes' voor Middelburg Dronk, waaronder een visite in Nieuwland, voor foto's en ander materiaal van alle herbergen daar (negen maanden later moet ik het grootste deel daarvan nog altijd moet verwerken) maar ook de betrokkenheid bij de uitbouw van het nevenproject Veere Dronk. Gekkigheid! Ondertussen bleef dat experiment van zomer 2013 ook maar groeien. In maart haalde Ik geef weg - Walcheren de mijlpaal van 10.000 leden. Inmiddels zijn dat er bijna 17.000. Dat is een onwaarschijnlijke hoeveelheid, vinden wij als beheerders. Over dat beheer gesproken: ik ben nu zelf wel veel minder actief dan voorheen. Het was echt niet meer te doen. Ik kijk en luister nog wel mee met de andere beheerders, maar bemoei me alleen nog met incidenten en evenementen, als dat nodig is. Als het op die manier voortgezet kan worden kan ik er goed mee leven, zoniet: dan vreet het simpelweg te veel tijd.

    Ik heb me er dan wel bij neergelegd, maar toch: zo nu en dan schud ik nog eens met het hoofd als ik besef hoe belangrijk Facebook is geworden bij al die projectjes. Begin 2009 zei ik het platform eens stoer vaarwel, maar door de enorme massa is er gewoon geen ontkomen aan. Je kunt er prima zonder, maar mét maakt het allemaal zoveel gemakkelijker. Ondanks al dat gemanipuleer van statistieken en het beperken van het gebruiksgemak. Ondanks het gerommel met de privacy. Misschien dat het netwerk ooit het loodje legt, je kunt het niet uitsluiten, maar voorlopig zie ik dat nog niet gebeuren, tenzij ze honderden miljoenen mensen tegelijkertijd tegen zich in het harnas weten te jagen en andere platformen wél een interessant alternatief zijn. Dan misschien wel.

    Maar ondertussen brengen veel mensen er meer tijd dan ooit tevoren door. In een reactie op de januaripost van eergisteren vroeg Eric-Jan zich af 'of de lichting na ons' ook nog een beetje kritisch aanwezig is online. Ik weet het eerlijk gezegd niet. Misschien niet, omdat men te druk is met de luchtiger aspecten van alle sociale sites. Of juist wel, maar dan zwaar versnipperd of in de veiligheid van besloten groepen op Whatsapp, Instagram en Facebook. Daar hoor ik mensen onder de 30 in ieder geval regelmatig over. Maar hoe het ook moge zijn; het is nu heel anders dan een paar jaar geleden, ook op het professionele vlak. Daar stond ik ook nog even bij stil in de maand dat ik 43 werd.

    Gerelateerd: 
    Mijn(s) 2014: januari
    Mijn(s) 2014: februari

    @

    Afbeelding: Michael Cheval
  • Mijn(s) 2014: februari

    Het blogarchief van de korte maand biedt niet al te veel aanknopingspunten. De agenda op de telefoon maakt meer duidelijk wat dat betreft. Het was een periode van deadlines en afspraakjes, maar ook van een knappe reeks weinig belangrijke zaken. Niets wijst echter op dieptepunten, integendeel.

    Aardig was het om te merken dat 'online' nog steeds veel impact kan hebben en tegelijkertijd ook weer niet. Ik vond het natuurlijk best stoer dat een groep andere Twitteraars mij bovenaan een lijstje van invloedrijke Zeeuwse Twitteraars zetten, maar dat artikel relativeerde die positie en de betekenis ervan ook meteen. Toch leerde ik ook in februari dat online uitingen veel vruchten af kunnen werpen. Het artikel leidde er wel toe dat de Gemeente Middelburg contact met me zocht. Dat resulteerde in spontane borreltjes met communicatiemedewerkers maar ook in een zeer serieus oppakken van een schuimbekkend bericht over parkeren in Middelburg Centrum. Mensen over de vloer en het wijzigen van de situatie ter plekke. Prima! Dat ik een paar weken later een interne nieuwsbrief van de Gemeente las waarin de kwestie als communicatiecase werd beschreven vond ik alleen maar mooi. Je moet niks overschatten, maar tegelijkertijd wordt er meer gelezen dan je denkt. Maanden later kreeg ik ook nog de vraag of ik er voor voelde een offerte uit te brengen voor het verzorgen van een inleiding sociale media. Dat dan weer niet, uiteraard. Daar ben ik nog steeds niet voor te porren, tenzij we meteen aan de slag gaan, in kleine teams.

    Sommige mensen vinden het niet slim, dat ik mijn afkeer van het grotere werk en het eenrichtingsverkeer niet af en toe terzijde schuif. Een ZP'er kan zich dat niet permitteren, is de redenering. Ik neem het risico desondanks toch. Al moet ik ook toegeven dat verhalen in zalen ook heel mooi kunnen zijn. Luisteren naar mannen als de gebroeders Antheunisse, in een stampvol café. Dat is mooi hoor. Zoals het online ook mooi is om uit het grote ruisen de menselijke factor te filteren, en de boeiende verhalen. Door de overvloed blijft dat duivels lastig, maar het is meestal de moeite waard.

    Gerelateerd:
    Mijn(s) 2014: januari

    @

    Afbeelding: F. Scott Hess
  • Mijn(s) 2014: januari

    Ik mag in 2014 op Mijns Inziens dan wel minder hebben geschreven dan in voorgaande jaren; ik vind het nog steeds wel aardig om op basis van het blogarchief terug te kijken op het jaar. Alles in mij zegt dat 2014 dik in orde was als het gaat om de relatie, de gezondheid, opdrachtgevers en infotainment/ander vertier, maar ik ben vast ook weer van alles vergeten. Verandert het gevoel als ik even omzie?

    Werktechnisch veranderde er best veel dit jaar. Dat begon in januari, toen ik aan de slag mocht als nieuwsredacteur a.i. bij InformatieProfessional. Tijdens een heerlijke rustweek in Noord-Frankrijk merkte ik meteen dat die wekelijkse deadline even wennen was, maar ook goed te doen. Het voelde als een hele mooie kans, na al die jaren onbezoldigd schrijven voor het vakblad. Na de zomer kreeg ik te horen dat ik het 'ad interim' achter de functieomschrijving mocht weghalen. Dat was helemaal mooi. Structurele opdrachten zijn immers toch wel prettig, voor ZP'ers. Vorige week hoorde ik echter dat er een koerswijziging komt die niet in mijn voordeel uitpakt. Daarover binnenkort meer. Ik blijf betrokken bij het blad, maar in een andere rol, laten we het daar maar even op houden.

    Vergelijkbare ontwikkelingen zijn er rondom andere bibliotheekgerelateerde opdrachten of samenwerkingen. De KNVI adopteerde in januari het Platform InformatieProfessionals. Dat waardeerde ik enorm en het was voor mij reden genoeg om de site voorlopig in de lucht te houden, maar in een korte evaluatie afgelopen zomer schreef ik wel eerlijk dat het toch een beetje trekken aan een dood paard is. Ik zie nog altijd de potentie in een community met meer dan 6000 leden, maar het werkt alleen als je daar volle bak voor gaat als redacteur. Dat heb ik de eerste jaren met liefde gedaan, maar zou ik nu alleen op kunnen brengen als ik er ander werk voor op kan geven. Daar was en is geen sprake van. De adoptie eindigt dan ook per januari 2015. Wat ik dan uiteindelijk met het platform zal gaan doen weet ik nog niet, maar als het brandbaar was zou ik het in de hens steken, laten we het daar maar even op houden.

    Daarmee kom ik dan ook uit op het eeuwige stuiteren rondom mijn liefde voor de sector, die soms voelt als haat. Oh nee: houden van de bieb is als houden van Feyenoord. Dat wereldje zal me nooit loslaten, het zit er gewoon te diep in, maar inmiddels heb ik ook wel geleerd hoe de hazen lopen, en wat je wel en niet kunt verwachten. Er zijn nog steeds talloze vuurtjes her en der, die zomaar zouden kunnen oplaaien, maar ik constateer ook dat een groot deel van de mensen die zich online profileerden (en die het hart op de goede plek hebben) gewoon dingen zijn gaan doen. Dat kan je alleen maar toejuichen. Ik constateer echter ook dat het piepkleine 'online stokje' vervolgens vaak is overgenomen door lieden met zakelijke belangen. Managers en marketeers. Die zijn nu eenmaal veel makkelijker te omarmen door instituten. Die mekkeren niet over idealen en de klant, neen, zij laten er een of andere strategie op los en presenteren het gekochte resultaat in een aalgladde powerpoint. Dat wordt dan afgesloten met een juichende conferentie en het inleveren van een factuur. Kan je wel over janken, maar dat is gewoon hoe de wereld werkt. En misschien is dat wel precies waar de echte idealisten, bibliothecarissen en archivarissen met de staart tussen de benen voor wegrennen. Dat wereldje is te kil en te zakelijk. Je kunt stellen dat dat nodig is een keiharde kapitalistische wereld maar ik zie dat zelf toch anders. Daarom ben ik ook gaan focussen op doen. Er rest nog heel veel bibliothecaris van mij, maar die bibliothecaris gaat z'n tijd niet meer te veel verdoen met meebewegen met al die wolven in schaapskleren. Er is zoveel moois waar je op kunt focussen. Dat voelt beter dus is het ook beter. Zoeken naar schoonheid en daarover vertellen werpt op de langere termijn meer vruchten af dan protesteren over al die lelijkheid van den doorgedraaide mensch, laten we het daar maar even op houden.

    Het rode draadje Sociale Media kwam ook nog aan bod. Daar is wel een parallel te trekken. De platformen handhaven, in die zin lijkt er weinig te veranderen. Maar de interactie verschuift. Ook daar zie je dat de zakenminnende toon veel heeft overgenomen. Natuurlijk ook bij oom Mark, maar op 'zijn internet' spreken de gewone man en vrouw zich tenminste nog uit, wordt er nog gereageerd. Tegen wil en dank dan maar. Dialoog en delen kunnen nu eenmaal niet goed zonder elkaar.

    Maar hey, januari was gewoon een mooie eerste maand. Laten we het daar maar even op houden.

    @

    Afbeelding: T.A. Kopera
  • “Doe de deur dicht, anders tocht het zo!”

    Toegegeven: je kunt de geschiedenis van een stad of dorp niet reconstrueren op basis van oude krantenartikelen alleen, maar de nieuwsberichten, columns en advertenties van toen zetten je vaak wel op het spoor van de personen en voorvallen die een hoofdrol speelden in de mooie verhalen van decennia terug. Zo kwamen wij ook op het spoor van Middelburger Piet Vogel, die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog vestigde in een café met biljart in de Zeeuwse hoofdstad. Het houten pand van die kroeg kreeg in de zomer van 1940 een horecabestemming, toen Gerrit Entink zijn café Bodega in de Lange Delft verwoest zag worden en hij aan de Londensekaai een noodcafé mocht openen van de gemeente.

    Piet Vogel nam de zaak in februari 1941 over. Hij maakte van het café-biljart annex sigarenmagazijn geleidelijk een café-restaurant, waarvan de advertenties in de krant je doen vermoeden dat de zaak niet al te sjiek was. Vogel adverteerde weliswaar met de slogan ‘zij die het weten, gaan bij Piet Vogel eten’ maar in die advertenties noemt hij vooral sandwiches, warme worstjes, kroketten en bitterballen en omschrijft hij zijn zaak als een ‘Café-Restaurant-Automatiek’. Later leerden we dat Vogel toch wel meer in zijn mars had, toen Peter Carol, een kleinzoon van de exploitant, ons een oude menukaart van de zaak gaf. Vogel verkocht ook diverse soorten vis, gevogelte en ander vlees, maar ook uitsmijters, soepen, pannenkoeken en kaviaar op brood. Uit de advertenties van de zaak blijkt ook dat Vogel er veel aan deed om het toch maar een beetje gezellig te maken tijdens de oorlogsjaren. Er zijn in de periode 1943/1944 regelmatig aankondigingen van muziekoptredens, onder meer van Marlies Burkunk, een zangeres ‘met een stem als Zarah Leander’.

    Het noodcafé van Piet Vogel bestaat tot 1950. In dat jaar moeten alle ondernemers in de noodpanden langs de kaaien van de stad verhuizen naar zogenoemde wederopbouwpanden elders in het centrum, zodat de noodvoorzieningen kunnen worden afgebroken. Vogel ziet daar echter weinig brood in en kiest voor een verhuizing naar Goes. Hij verkoopt zijn herbouwplicht aan een andere ondernemer, en vraagt de gemeente om een paar maanden uitstel van de sloop van het pand. Dat uitstel krijgt hij niet. Wat er vervolgens gebeurt is even grappig als grimmig. In een artikel in de PZC van 3 augustus 1950, lezen we dat honderden mensen toekeken op de kaai “hoe arbeiders van het noodpand een houten skelet maakten, terwijl de eigenaar voortging zijn klanten te bedienen als stond hij in de bar van een Grand Hotel.” Er was geen dak meer, en ook de ramen waren al verdwenen. De gordijnen wapperden in de wind en tot overmaat van ramp regende het ook nog eens. Maar er waren die dag nog steeds klanten, en Piet ging door tot het bittere eind. Het mooiste is dat hij ondanks alles zijn humor niet verloor. Klanten die vertrokken gaf hij het advies mee “Doe de deur dicht, anders tocht het zo!”.

    @

    Deze bijdrage verscheen eerder in de PZC, in de rubriek Barcodes.
 
Heeft u vragen of hulp nodig?
Bel onze klantenservice voor gratis hulp.

Telefoon: 053 - 711 8003
(7 dagen per week geopend van 09:00 tot 21:00 uur).

#dagwaarde tweets