dagwaarde-auto.com dagwaarde-auto.com
Al 1.134.0 mensen gingen u voor!
RDW erkende autobedrijven
100% veilig uw auto verkopen:
  • Snel & anoniem uw auto verkopen
  • 5.000 professionele autoinkopers
  • Al meer dan 100.000 auto’s verkocht
  • Gegarandeerd veilige afwikkeling
  • Uw auto gratis verkopen
Testimonials van bestaande gebruikers...
0 modellen:

Wat is de dagwaarde van mijn auto?

Als jij je occasion wilt verkopen, dan is het verstandig vooraf de dagwaarde van je gebruikte auto te bepalen. De dagwaarde zelf bepalen is slechts voor enkele consumenten weggelegd. Je kunt ook hulp inschakelen van bijvoorbeeld Dagwaarde-Auto.com. Ons team berekent geen enkele kosten voor het taxeren van je auto. Laat daarom vandaag nog gratis, snel en anoniem de bepalen door ons!

Auto laten taxeren voor verkoop

De reden waarom jij de huidige dag waarde van de auto wilt bepalen maakt ons niet uit. Het kan zijn dat je nieuwsgierig bent, maar het kan ook zijn dat je bezig bent met de verkoop van je auto. Meld je auto aan door het kenteken en de kilometerstand in te voeren. Nadat onze aangesloten professionals de auto hebben getaxeerd, ontvang je het hoogste taxatie bedrag. Je kunt op dit moment beslissen de auto direct te verkopen met een druk op de \\\\\\\'auto verkopen\\\\\\\' knop. Alle taxaties zijn bij ons tegelijkertijd gegarandeerde biedingen.

Auto online verkopen

Het grootste voordeel van ons concept is dat de vastgestelde auto dagwaarde ook gegarandeerde inkoopvoorstellen van aangesloten auto inkopers zijn. Wij werken samen met ruim 5.000 erkende merkdealers, universele garages, auto-exporteurs en schade specialisten die de aanmelding van jouw auto kunnen inzien in een afgeschermde autoveiling. Dit is bovendien voor jou geheel anoniem. Pas als jij akkoord geeft op het hoogste taxatie bedrag, worden jouw privé gegevens vrijgegeven aan enkel de kopende partij!
 
Stap 1 van 3
 
 
Kenteken van uw auto
 
Nieuws:
  • Deel & Ulrum: een paar dagen te gast in Groningen

    Weet je nog? In mei 2012 waren we te gast in Terhole, Zeeuws-Vlaanderen, voor het project Krot of Kans. Ruim twee jaar later is de projectleider van toen, Petra de Braal, een vergelijkbaar project rondom krimp gestart in het dorpje Ulrum in Groningen. Het heet Deel & Ulrum.

    Petra en Sonja Barentsen nodigden me begin dit jaar ook voor dit project uit. Dat leek me als vervolg erg leuk, maar ik wist ook dat m'n lief er niet meteen enthousiast van zou worden. Zij vond één keer experimenteren wel voldoende. Toen bedacht ik dat Peter de Kock dit misschien wél interessant zou vinden. Dat bleek inderdaad het geval te zijn. We gingen in op de uitnodiging. 'Ergens in het najaar' zouden we gaan.

    Inmiddels is het zover. Gisteren zijn we aangekomen in Ulrum. We zijn nog niet heel veel op pad geweest maar we doen desondanks veel indrukken op. We zijn gewend aan het grote pand waar we verblijven, we lezen van alles over het project in de documentatie die hier in het kantoor is te vinden en de laptops zoemen hier net zo vertrouwd als thuis. Prima zo.

    Waar #deelnulrum precies over gaat lees je op de projectpagina. Als je het leuk vindt om onze indrukken te volgen kun je terecht op het weblog van het project, en uiteraard op Twitter. Ook op Facebook en Instagram delen we wel wat dingetjes, maar dan in mindere mate. Wat in ieder geval aardig is om te constateren: als Zeeuw herken je best veel, in Groningen. Ik ben benieuwd hoe ver dat gaat.

    Hoe dan ook: weest allen welkom.

    @

  • Verkopen door te delen: of wat het Zeeuws Archief kan leren van het Rijksmuseum

    Blij als kinderen waren we, toen we twee jaar geleden begrepen dat het Zeeuws Archief weer zou afstappen van het gebruik van watermerken op afbeeldingen in hun Beeldbank. Ik schreef daarover in Hulde: Zeeuws Archief maakt foto's Beeldbank weer watermerkvrij. Het afgelopen jaar hebben we inderdaad dankbaar, want zonder al te veel drempels, gebruik kunnen maken van de collectie. En je kunt het er mee eens zijn of niet, maar ik denk dat wij met dat gebruik daadwerkelijk een ambassadeursrol vervullen, zowel voor het archief en de bibliotheek als voor andere erfgoedinstellingen. Ook daar schreef ik regelmatig over, onder meer in Casebeschrijving Middelburg Dronk, deel 4: vindbaar cultureel erfgoed en rechten.

    Maar sinds een paar maanden is er iets aan de hand: meer en meer afbeeldingen zijn niet meer aanklik- of vergrootbaar, of alleen te bekijken in een lagere resolutie. Daar sprak ik met een paar medewerkers over en mijn argwaan bleek terecht. De verklaring:
    De reden hiervoor is dat het Zeeuws Archief het publiek wil laten betalen voor het inzien en downloaden van scans. De kosten van scannen, opslag, beschikbaarstelling via internet en duurzaam bewaren zijn hoog en het ZA wil daarvoor een bijdrage ontvangen van de geïnteresseerde bezoeker.Dit jaar worden de in de afgelopen twaalf jaar gemaakte scans van beeldmateriaal van een unieke bestandsnaam voorzien (gebaseerd op de ISIL-code) zodat deze aan de eisen van duurzame opslag in een eDepot voldoen. Van de beeldcollecties waarvan deze aanpassing is voltooid zijn de scans niet meer in een viewer te bekijken, maar uitsluitend als thumbnail.
    Ik heb uiteraard geantwoord dat ik dit beschouw als een flinke stap terugwaarts en dat ik oprecht denk dat het Archief er niet beter van wordt. Ik schreef:
    Ik snap dat er wordt gezocht naar dekking van kosten, maar ik denk dat je meer verdient als je eerst in beeld komt bij de mensen. Er zijn zoveel alternatieven. En het publieke domein zou dat ook vooral moeten blijven. Met die kleine foto's kun je misschien iets voor eigen gebruik, maar om te delen is het natuurlijk helemaal niets. Juist die foto's van de Rijksdienst voor het cultureel erfgoed e.a. zijn zo mooi, omdat mensen dan de details zien en enthousiast worden. Dat onderscheidt het nu net van alle meuk die sowieso al overal wordt gedeeld. Ik zou willen dat de beslissers eens rustig gingen zitten voor het pleidooi van Kahle. Wat hij vertelde gisteren is me zo uit het hart gegrepen!  
    Het is maar een mening natuurlijk, maar ik merk het ook echt in de praktijk. Een simpel voorbeeld is de wens van mijn stamcafé om de wanden van de zaak aan te kleden met lijsten vol oude foto's. Die foto's kennen ze van Middelburg Dronk op Facebook. Ze vragen mij dan waar de foto's vandaan komen, ik verwijs dan weer door naar de bron. Die paar tientjes voor de originele scans betalen ze dan maar wat graag.

    Dat er tegenargumenten zijn voor mijn theorie en ervaringen wil ik best geloven, maar ik wijs uiteraard liever op dingen die het bevestigen. Roosanne Goudbeek (van het Zeeuws Archief) kwam vandaag folders en posters bezorgen voor de Dag van het Zeeuws Archief (waar Middelburg Dronk ook weer bij is) en attendeerde me op een recent rapport van Europeana dat ik had gemist: 'Democratising the Rijksmuseum'(PDF). De ondertitel van dat rapport: 'Why did the Rijksmuseum make available their highest quality material without restrictions, and what are the results?' Dat is nog eens interessant!

    Op pagina 10 staat:
    At the moment, cultural institutions face difficult decisions. On the one hand, the benefits of publishing collections in an open way are acknowledged more, as it allows material to be easily shared in a variety of different places on the web.This results in a great increase in the visibility of the collection and institution. On the other hand, the process of digitisation is costly, cultural budgets are being cut and institutions have been told to look for other sources of income. For this reason many institutions are hesitant to publish their data with a public domain mark and try to keep some control over their data by applying restrictive rights labels to the objects.
    Dit is denk ik precies de reden van de nieuwe afslag die het archief mogelijk gaat nemen. Ik snap die afslag ergens wel, maar ik denk zelf dat het niet de beste keuze is. Hoe interessant is het dan niet om op pagina 11 en 12 te lezen dat het Rijksmuseum juist meer scans van afbeeldingen heeft verkocht sinds de collecties zijn vrijgegeven, terwijl die toch al in hoge resolutie beschikbaar zijn? Het heeft
    alles te maken met aandacht in een tijdperk waarin dat zo'n beetje het meest schaarse goed is. Aandacht is alles, als overvloed het aanbod beheerst. Ik hoop in ieder geval dat het management van het Zeeuws Archief het rapport ook zal lezen. Misschien is het tij nog te keren.

    Gerelateerd:
    Rijksstudio: een website om van te smullen…en van te leren
    De open belofte van de Digital Public Library of America
    Het Publiek Domein Manifest

    @

    De foto van de Oostkerk in Middelburg, in 1918, is afkomstig uit de Beeldbank van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Die beeldbank is mijn favoriet, als het gaat om ontsluiten in hoge resolutie. De collectie daarvan is overigens ook gewoon beschikbaar via Wikimedia Commons. Het betere publiek domein, wat mij betreft!
  • De Zwarte Ruiter was een echt volkscafé

    Vorige maand las ik in de krant dat Joop Rijpsma was overleden. Daar schrok ik van. Ik had Joop nog geen jaar eerder leren kennen, toen hij en zijn ex-vrouw Tiny mij uitnodigden om kennis te komen maken. Joop en Tiny waren tussen 1987 en 2000 de eigenaars van café De Zwarte Ruiter in Middelburg. Ze hadden tassen vol foto’s bewaard, die ze graag met ons wilden delen. Het werd een gezellige middag. Het vriendelijke duo herinnerde zich nog veel van hun tijd in dat mooie pand aan de Dam, waar als sinds 1900 horeca is gehuisvest. De Zwarte Ruiter deed qua naam en faam niet veel onder voor voorgangers Damzicht en Het Maastrichts Bierhuis; het was een echt volkscafé, met kleurrijke klanten. Joop en Tiny vertelden er die middag schaterend over, wat maakte dat ik na het lezen van het overlijdensbericht uiteindelijk zat te glimlachen. Ik dacht even terug aan die verhalen.

    Zo werd mij uitgelegd dat Jan ‘Krul’ één van de populairste stamgasten van het café was. Hij was een clown, die zelf ook vaak in de maling werd genomen. Jan leefde van de wind en had meestal niet veel geld. Hij had wel altijd dorst. Dat probleem loste hij op door voor iedereen boodschappen te doen, in ruil voor een biertje. Bier dat achterbleef in de flesjes van andere klanten werd ook altijd voor hem bewaard, op het achterplaatsje van het café. Dat dronk hij dan op tegen sluitingstijd. Veel klanten lieten bewust een extra slokje over, want ze hadden het toch wel een beetje te doen met arme Jan. Dat bleek ook die ene keer, toen twee rotzakken hem te grazen namen met een stuk hout. Jan had die dag zijn net ontvangen uitkering op zak. Hij had geen enkel verweer, met zijn tengere postuur. Zijn geld was hij kwijt. Het café hing daarop een sok boven de bar, om geld in te zamelen voor Krul. Dat leverde zo veel geld op dat hij er wel van op vakantie naar de Antillen had gekund. Dat gebeurde natuurlijk niet. De dorst won het van het vakantiegevoel: Jan gaf een paar rondjes en dronk de rest vakkundig zelf op.

    Een ander illuster figuur uit die periode was Rinus Rustig, een man die worstelde met het bezit van een kunstgebit. Zo werd hij op een goede dag wakker met een flinke kater maar hij kon zijn tanden nergens vinden. Uren later herinnerde hij zich dat hij iets had gedronken in de Stationsrestauratie van Middelburg. Hij kuierde richting station en deed navraag. Zijn tanden lagen inderdaad achter de toog. Men had die keurig voor hem bewaard. Nog gekker was die keer dat Rinus naast Joop in het toilet stond. Hij wilde iets zeggen, maar daarbij viel zijn kunstgebit uit zijn mond, precies op het rooster van de pisbak. Zonder blikken of blozen pakte hij het er weer uit, en stopte het terug in zijn mond. Proost Rinus! Ik hoor Joop er nog om lachen.

    @

    Deze bijdrage verscheen eerder in de PZC, in de rubriek Barcodes.
  • Scalping Apps: een plekje voor de hoogste bieder

    Mensen die regelmatig grote sportevenementen of popconcerten bezoeken weten het: als je geen toegangskaartje hebt kunnen bemachtigen hoef je niet meteen te wanhopen. Soms loont het om toch naar de locatie van het uitverkochte evenement te gaan, om te zoeken naar lui die kaartjes hebben ingekocht, alleen met de bedoeling om ze voor meer geld door te verkopen. Dat je voor de tickets soms twee of drie keer meer moet betalen dan ze in werkelijkheid waard zijn neem je voor lief. Als je geld genoeg hebt leg je dat hoge bedrag graag neer. Als je geld genoeg hebt kun je overal bij zijn.In de Verenigde Staten wordt het uit winstbejag doorverkopen van entreebewijzen ticket scalping genoemd. Het is in dat land al decennia lang een wijdverbreid en -door het welvarende publiek- geaccepteerd verschijnsel.

    Maar scalping rukt ook op buiten de wereld van sport-en muziekevenementen. Handige zakenlui hebben het principe inmiddels ook vertaald naar mobiele apps voor het –tegen betaling- reserveren van schaarse parkeerplaatsen of een tafeltje in een goed restaurant. Daar is veel ophef over ontstaan. Zo gelasten de burgemeesters van San Francisco en Boston apps als MonkeyParking, Haystack en ParkModo de activiteiten te staken, omdat ze een oneerlijke oplossing bieden voor de parkeerproblemen van de steden. Met de genoemde app kunnen autobezitters die een goede parkeerplaats hebben bemachtigd aangeven dat die vrijkomt, en de ruimte vervolgens veilen aan de hoogste bieder. De aanbieder wacht dan tot de koper ter plaatse is. Sommige parkeerplaatsen gaan van de hand voor twintig dollar, de makers van de apps ontvangen er commissie voor.

    Ook voor de culinaire sector zijn zogenoemde scalping apps ontwikkeld. In juli werd de app ReservationHop gelanceerd, die last minute reserveringen voor restaurants doorverkoopt voor 5 tot 12 dollar. Het is voor velen een brug te ver. “Go disr*pt yourself” is what I have to say to founders of startups like ReservationHop and Parking Monkey” schrijft de website TechCrunch in het artikel ‘Stop the jerktech’. “The 1 percent’s loathsome libertarian scheme: Why we despise the new scalping economy” kopt Salon.com boven een artikel van 11 juli. Het maakt nieuwsgierig. Gaat geld deze strijd winnen, of rechtvaardigheid?

    @

    Deze bijdrage verscheen eerder in de rubriek #IPLINGO, in InformatieProfessional 6, 2014
  • Een drone, graag: bibliotheken lenen meer uit dan boeken alleen

    Toen in juni CNN een item wijdde aan de plannen van de bibliotheek van de universiteit van Zuid-Florida, om vanaf dit najaar drones uit te gaan lenen aan studenten, pikten veel Amerikaanse media dat nieuws op. Het feit dat de bibliotheek de apparatuur beschikbaar wil stellen ter ondersteuning van multimediaprojecten op de faculteit, werd door veel journalisten als opmerkelijk ervaren, blijkbaar vooral omdat zij bibliotheken toch vooral associëren met boeken. Gezien de geschiedenis en kernfuncties van bibliotheken is dat natuurlijk niet zo gek. Dat een bibliotheek die als eerste investeert in ombemande luchtvaartuigen (de drones kosten ongeveer 1500 dollar per stuk) nieuwswaarde heeft is ook begrijpelijk. Maar om het nu bijzonder te noemen dat sommige bibliotheken meer uitlenen dan alleen boeken is achterhaald. Er zijn talloze bibliotheken die afwijkende items uitlenen, in sommige gevallen al decennia lang.

    De vraag wanneer een item nu precies als afwijkend beschouwd moet worden is lastig te beantwoorden. Het is in ieder geval zo dat veel bibliotheken spullen uitlenen die in het verlengde liggen van de informatiefunctie van het instituut. Het volume van die uitleningen groeide geleidelijk mee met het mediagebruik van de consument. Toen de Laservision van Philips op de markt verscheen had je al geluk als je in jouw bibliotheek de bijbehorende beeldplaten kon lenen. Dat ging met de opkomst van de CD, CD-ROM en later de DVD anders: die werden massaal aangeboden door bibliotheken. Dat ook de benodigde apparatuur werd uitgeleend zag je echter maar zelden. Als het al gebeurde betrof het vooral hulpapparatuur, zoals Daisyspelers, waar mensen met een visuele beperking  of een leeshandicap boeken mee kunnen beluisteren. In Nederland kwam de kentering pas na de opkomst van de e-readers. Veel bibliotheken kozen er al snel na de aanschaf van de eerste exemplaren voor om die ook uit te lenen aan mensen die er graag kennis mee wilden maken.

    Hetzelfde beeld zie je in Amerikaanse bibliotheken. BiblioTech in San Antonio, Texas (zie InformatieProfessional 2, 2014) is alleen nog qua omvang van de collectie uitleenbare e-readers (800 exemplaren) een uitzondering. In 2013 leende bijna 40% van 7400 ondervraagde instellingen e-readers uit . Er verschijnen steeds vaker berichten van bibliotheken die nog verder gaan en ook tablets en laptops uitlenen. Of zelf internettoegang. De openbare bibliotheken van New York (NYPL) en Chicago (CPL) kondigden in juli aan dat zij zullen starten met programma’s rondom de uitleen van Wi-Fi hotspots. NYPL wil met Check Out the Internet maar liefst 10.000 huishoudens van gratis internettoegang voorzien. Deze initiatieven vallen echter in het niet als je ze vergelijkt met het uitleenbare aanbod van Amerikaanse Universiteitsbibliotheken. Dat is veel breder. Het aanbod van de Universiteit van North-Carolina, waar men binnenkort ook start met het uitlenen van Google Glass, is geen uitzondering: bij deze bibliotheken kun je terecht voor het lenen van foto- en videocamera’s, gameconsoles, projectors en nog veel meer.

    Bovenstaande items hebben nog met elkaar gemeen dat ze gebruikers helpen bij het verkrijgen of produceren van informatie. Dat bibliotheken dit graag faciliteren valt goed te rechtvaardigen. Maar of dat nu ook geldt voor het uitlenen van honden aan studenten om de stress te verminderen, zoals de Harvard Library in 2012 aankondigde, of voor het geruchtmakende initiatief van bibliotheek Almelo, uit 2005, om homo's, zigeuners en islamieten ‘uit te lenen’, is maar de vraag.

    Als de link met de informatiefunctie dan toch minder duidelijk is, dan zijn uitleeninitiatieven die burgers helpen bij het vergroten van de zelfredzaamheid wellicht interessanter. Denk aan de meer dan 30 Belgische bibliotheken die zaden uitlenen in het licht van het project ‘Zadenbibliotheek’  of aan het uitlenen van gereedschap zoals de bibliotheek van Berkeley dat doet onder het motto ‘DIY with BPL’ (Doe-het-zelf met de Openbare Bibliotheek van Berkeley). Ook die projecten hebben niet veel meer van doen met boeken, maar ze sluiten wel aan op de trends en behoeften in de samenleving en op de centrale rol die bibliotheken daar van oudsher in vervullen. Er valt genoeg voor te zeggen daar in ieder geval mee te experimenteren.

    Drones in Florida
    De bibliotheek van de universiteit van Zuid-Florida (USF) heeft twee drones gekocht met de bedoeling deze uit te lenen aan studenten voor studiedoeleinden, als onderdeel van het project "Digital Media Commons". De universiteit wil met het project digitaal leren bevorderen. Om de Drones te kunnen lenen moeten de studenten eerst een trainingsprogramma volgen en aangeven hoe zij de apparaten willen gebruiken. De drones mogen alleen onder toezicht worden gebruikt, op het terrein van de campus.

    Zaden in België
    30 Belgische bibliotheken lenen zaden uit binnen het project ‘Zadenbibliotheek’, naar voorbeeld van de Seed Lending Library van de openbare bibliotheek van Richmond, in Californië. De bibliotheken lenen zaden uit in de eigen gebouwen en zijn te vinden op de website mijntuin.org. Van leners wordt verwacht dat zij ook weer zaden afstaan als de planten eenmaal hebben gebloeid. De initiatiefnemers hopen dat Nederlandse bibliotheken ook gaan deelnemen aan het project.

    Gereedschap in Berkeley
    De gereedschapsbibliotheek van de openbare bibliotheek Berkeley bestaat al sinds 1979. De bibliotheek beschikt over honderden gereedschappen, van hamers tot boormachines. Ook in andere staten en landen zijn gereedschapsbibliotheken te vinden, die echter niet altijd onderdeel zijn van een reguliere bibliotheek. Op Wikipedia is een overzicht te vinden van deze bibliotheken.

    @

    Dit artikel verscheen eerder in InformatieProfessional 6, 2014

 
Heeft u vragen of hulp nodig?
Bel onze klantenservice voor gratis hulp.

Telefoon: 053 - 711 8003
(7 dagen per week geopend van 09:00 tot 21:00 uur).

#dagwaarde tweets